2008
1. Optimalisatie van (langdurig) systemische levering en opname van antisense oligonucleotiden en conjugaten in verschillende DMD muismodellen
A. Aartsma, LUMC Leiden
Antisense gemedieerde exon skipping is een veelbelovende therapeutische aanpak voor Duchenne spierdystrofie. Na een succesvolle eerste klinische studie gebaseerd op lokale toediening van antisense oligonucleotiden (AONs), zal deze nieuwe studie zich vooral richten op het optimaliseren van toediening van AONs aan het gehele lichaam.
Eerder is in het MDX muismodel de dosis en termijn om exon skipping toe te passen voor het gehele lichaam vastgesteld.
In dit project wordt eerst het effect van langdurige behandeling van AON in muizen bekeken en de mogelijke toxische effecten voor de nieren en lever. Daarnaast zal worden gekeken wat nodig is voor een betere spier-opname. Ten tweede, omdat de meerderheid van de Duchenne patiënten wordt behandeld met corticosteroïden worden de gevolgen van de twee meest gebruikte steroïden (prednison en dezaflacort) op AON opname en exon skipping efficiëntie getest op van de patiënt afkomstige celculturen en in muismodellen.
2. De rol van TGF-beta in de regulatie van fibrose in Spierdystrofien
Thomas Rando
Spierdystrofieën worden gekenmerkt door een verlies van spiervezels en een vervanging van de spier door vet- en vezelig bindweefsel. De ontwikkeling van deze zogenoemde fibrose is een belangrijk kenmerk van de ziekte en kan een beperking opleveren voor de effectiviteit van cel- en gentherapie therapieën. Daarom is er veel belangstelling voor het begrijpen van de mechanismen van de vorming van fibrose en het ontwikkelen van therapieën om fibrose te voorkomen of zelfs weer spierweefsel te maken.
In deze studie zal worden gekeken welke cellen er betrokken zijn bij spier tot bindweefsel omzetting en welke signaleringsroute. Dergelijke kennis zal direct kunnen bijdragen aan een therapeutische benaderingen voor de ontwikkeling van fibrose in dystrofische spier.
3. De bijdrage van humane stamcellen tot functionele satelliet cellen.
J. Morgan, Universiteit van Londen
Zowel spierweefselstructuur-geassocieerde (satelliet-cellen) als bloedvat-geassocieerde (pericyten) cellen in de skeletspier blijken bij te dragen aan de regeneratie van spiervezels in diermodellen. Pericyten kunnen systemisch worden toegediend en om deze reden zijnzij voorgesteld als aantrekkelijke therapeutische kandidaten voor verwoestende neuromusculaire ziekten, terwijl de satelliet cellen niet in staat zijn om uit de circulatie in de skeletspier binnen te dringen en bij te dragen tot spier-regeneratie. Ondanks deze beperkingen, beschikken de donormuis satelliet cellen over de belangrijke eigenschap voor de reconstructie van de satelliet cel voorraad tot functionele stamcellen, maar het is niet duidelijk of pericyten ook in staat zijn om dit te doen. Dit heeft fundamentele implicaties voor het begrijpen van de rol die pericyten zou kunnen hebben bij de behandeling van neuromusculaire ziekten. In deze studie zal het vermogen van de menselijke satelliet cellen en pericyte-afgeleide cellen om het satelliet cel compartiment te reconstrueren worden vergeleken, met behulp van een muis-model van Duchenne spierdystrofie (DMD). De leveringsroute, groei factoren, en gast- spier omgevingsfactoren die mogelijk het vermogen vergroten van het omzetten van pericyten tot functionele satelliet cellen.
4. Identificatie en toepassing van adjunct-verbindingen ter verbetering van het algehele therapeutische effect van antisense oligonucleotiden voor Duchenne spierdystrofie.
J. van Deutekom, Prosensa
Antisense oligonucleotiden (AONs) hebben overtuigend aangetoond therapeutische capaciteit voor Duchenne spierdystrofie (DMD) te hebben in verschillende DMD cel-en diermodellen. Prosensa ontwikkelt AONs om in de kliniek te kunnen gaan toepassen. In samenwerking met het LUMC, is vorig jaar met succes de eerste AON verbinding, van toepassing op patiënten die een exon 51 deletie hebben, getest door middel van lokale applicatie in DMD jongens. Parallel aan haar AON klinische ontwikkelingsprogramma's, is Prosensa van plan ook aanzet te geven tot specifieke onderzoeksprogramma's gewijd aan de verbetering van de algehele therapeutische effect van AONs. Deze studie zal gericht zijn op de identificatie en implementatie van adjuvansverbindingen ter verbetering van: 1) exon skipping door interferentie met specifieke splicing factoren, 2) AON opname door spierweefsel, en 3) het intracellulair verkeer en endosomale vrijlating. Deze studies zullen worden uitgevoerd in een gevalideerde cel-gebaseerde exon 45 skipping assay, en na optimalisatie, ook toegepast op andere exons en de MDX muismodel.
2007
1. Cel therapie voor Duchenne spierdystrofie
Dr. M.A.F.V. Goncalves, LUMC, Leiden
Het is tot nu toe niet mogelijk om het dystrofine gen in het gehele lichaam te herstellen. Om dat voor elkaar te krijgen zou het herstelproces bijvoorbeeld via de bloedbaan moeten lopen. In dit project willen de onderzoekers bloedstamcellen genetisch modificeren, zodat als deze worden omgezet in monocyten en macrofagen, die kunnen samensmelten met spiercellen. De samengesmolten cellen moeten dan het dystrofine gen kunnen herstellen. Als eerste test zullen deze proeven in een muismodel worden uitgevoerd. Indien deze proeven succesvol zijn is een eerste stap richting een nieuwe therapie gezet.
2. Geen gebruik is misbruik: Wat kunnen we winnen in functionaliteit met trainingen?
Dr. I.J.M. de Groot, St. Radboud UMC, Nijmegen.
“Gebruik ’t of verlies ‘t” is een zeer bekend fenomeen en is op een bepaalde manier ook toepasbaar op jongens met DMD. Mede dankzij de toenemende moeite die het kost om een taak uit te voeren als wel hulpmiddelen die aan de ene kant behulpzaam zijn voor fysieke inspanning maar daarnaast ook beperkend zijn in andere activiteiten doen de jongens waarschijnlijk minder dan waartoe ze in staat zijn. In andere woorden is er een discrepantie tussen hun capaciteiten en hun handelen. De vraag is: kunnen we de fysieke activiteiten verlengen door specifieke oefeningen? In dit onderzoek in de diverse stadia van DMD zullen de jongens actief trainen om te kijken of hun fysieke activiteiten toenemen.
3. Integratie van twee veelbelovende therapeutische benaderingen voor DMD: antisense oligonucleotide gemedieerde gen correctie en myostatine remming.
Dr. P.A.C. ’t Hoen, LUMC, Leiden.
Twee van de meest veelbelovende strategieën om Duchenne patiënten in de toekomst te kunnen behandelen zijn gen correctie door middel van exon skippen en het remmen van myostatine. In het eerste geval wordt de oorzaak van de ziekte aangepakt terwijl in het tweede geval de symptomen van de ziekte worden bestreden. Aangezien myostatine de aanmaak van nieuwe spiervezels remt, kun je door myostatine te remmen de aanmaak en groei van spiervezels stimuleren. In het huidige project zal worden onderzocht of het combineren van beide therapieën een beter resultaat geeft dan de therapieën afzonderlijk. Dit zal gebeuren in muismodellen voor de ziekte van Duchenne.
4. Anti-fibrotische effecten van groene thee polyphenolen en pentoxifylline op dystrofine spieren.
Prof. dr. U.T. Ruegg, Universiteit van Geneve, Zwitserland
Diverse componenten in groene thee hebben een positief effect op de spieren van mdx muizen. Een van de oorzaken van het afbreken van de spiercellen bij DMD is de abnormale activatie van het fibrotische proces. Er wordt hard gezocht naar middelen om deze abnormale activatie te remmen. Doel van dit onderzoek is de rol van de stoffen van groene thee op de remming van het fibrotische proces.












